Oermoeders

Hoe de derde kleindochter van de zus van Toos, de dochter van Johanna, ook alweer heet? Binnen de familie Van Rooij raken ze soms een beetje de draad kwijt. Heel gek is dat niet, met 12 kinderen, 36 kleinkinderen en 53 achterkleinkinderen. Drie generaties over kinderen krijgen.


Oermoeders-drie-II

Johanne van Rooij-van den Akker (96):
‘Vroeger werd nergens over gesproken. Mensen kregen gewoon kinderen. Dus toen ik in 1942 hoogzwanger was van mijn eerste ben ik maar eens bij de buurvrouw gaan informeren of ik het zou merken als de baby zou komen. “Nou,” zei ze, “dat merk je wel, hoor.” En daar had ze gelijk in. Het was toen natuurlijk heel anders dan nu, maar er kwam wel een vroedvrouw die me heeft geholpen met de bevalling. Kaatje heette ze, en ze heeft me bijgestaan bij de geboortes van alle twaalf kinderen. Alle keren thuis. Dat was toen heel normaal en het is ook altijd goed
gegaan. Daarna moest ik negen dagen in bed blijven liggen. Dat hoorde nu eenmaal zo en ik hield me daaraan. Mijn familie hielp me en kookte bijvoorbeeld, maar ik had ook een beetje kraamzorg. Maar ja, na die negen dagen riep het huishouden en het werk weer. Ik woonde op een boerderij, dus ik moest gewoon weer aan de slag. Ik heb alle kinderen borstvoeding gegeven want dat was het beste, zei men toen. En dat ging ook gewoon tussen de bedrijven door. Toen ik was bevallen van een tweeling heb ik zelfs nog melk afgestaan aan een vrouw uit de buurt die ook een tweeling had gekregen. Zij had niet voldoende melk en ik kolfde gewoon af met mijn hand. Een groot verschil met nu is dat er veel meer onderzoeken zijn. In mijn tijd voelde de dokter alleen een beetje aan de buik, maar nu zijn er meer technieken om de gezondheid van de baby te controleren. Wij wisten niet wat er gaande was en konden alleen maar hopen dat alles goed was.’

Toos Meulendijks-van Rooij (55): ‘Mijn moeder kreeg bijna ieder jaar een kind – ik ben de één na jongste – maar ik heb het bij drie gehouden. In mijn tijd konden we dat gelukkig regelen. Ik wist ook meer wat me te wachten stond dan zij, het was een andere tijd: 1980. Echt angstig was ik niet voor de bevalling. Ik heb daarom ook geen zwangerschapsgym gedaan. Ik dacht: het komt wel goed. En dat was ook zo. Hoewel ik een afspraak had in het ziekenhuis ben ik toch thuis bevallen onder begeleiding van een verloskundige. Mijn man was er ook bij, maar ach... ik moest het uiteindelijk toch zelf doen. Dat er een kraam-
verzorgster was, vond ik een uitkomst. Zij deed de was en kookte eten, daar kwam ik de eerste dagen natuurlijk niet aan toe. En ook hulp bij de verzorging van de baby was handig, want hoe ik een baby’tje in bad moest doen, wist ik eigenlijk niet. Ik heb destijds bewust gekozen om flesvoeding te geven. Ik had er gewoon geen behoefte aan om zelf borstvoeding te geven en er werd in die tijd ook niet moeilijk over gedaan. Waar men in die tijd ook niet moeilijk over deed, was roken tijdens de zwangerschap. Nu weet ik wel dat het niet goed is, maar toen... Ik heb zelfs nog een foto van mezelf terwijl ik in het kraambed lig. Achter me op een plank ligt pontificaal een pakje shag. Tja, dat zouden we nu zeker niet meer doen!’

Moniek van de Berkmortel-Meulendijks (29): ‘Net als voor zoveel vrouwen van mijn generatie was ook voor mij een kind krijgen een bewuste keuze. Anderhalf jaar geleden ben ik dan ook bevallen van mijn dochter Noortje. Uiteraard ging ik tijdens de zwangerschap iedere vier weken op controle bij de verloskundige en ik heb natuurlijk de 20 weken echo gedaan, dat kan iedere zwangere vrouw nu laten doen. Al wilde ik wel dat het een verrassing zou blijven of het een jongen of meisje zou zijn. Toch vraag ik me af of, ondanks de onderzoeken, zwanger zijn nu zo heel veel anders is dan vroeger. Uiteindelijk zijn de gevoelens wel een beetje hetzelfde. Het gaat erom dat het kindje gezond is natuurlijk. Ik wilde graag thuis bevallen, gewoon omdat me dat prettiger leek. Rustiger, lekker in mijn eigen omgeving. Dat is me ook goed bevallen, zogezegd. Alles verliep voorspoedig en de baby kwam gezond ter wereld. Toch heb ik nog negen dagen kraamhulp gehad omdat de borstvoeding niet goed op gang kwam. Daardoor bleef Noortje maar huilen want ze kreeg gewoon niet genoeg voeding. Ik werd daar zelf erg onrustig van, ging aan mezelf twijfelen. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om over te stappen op flesvoeding. Toen ging het gelijk stukken beter. Of ik zwangerschapsgym heb gedaan om me voor te bereiden op de bevalling? Nee, dat leek me niet nodig. In deze familie zitten allemaal ‘oermoeders’. Bevallen gaat ons gewoon goed af.’ 

Als lid van de Ledenvereniging krijgt u gratis lactactiekundig advies. Leden die ook klant zijn van De Kraamvogel kunnen gratis een borstkolf de eerste week na de bevalling huren. Maar er bieden meer voordelen. Bekijk hier de vele mogelijkheden.

Leden profiteren ook van 50 procent korting op cursussen zoals 'Babymassage' en 'Gezond en fit na de bevalling'. Kijk in het cursusoverzicht of er een cursus bij u in de buurt start.

U kunt ook online vragen stellen over zwangerschap en babies aan onze deskundigen. Binnen twee werkdagen krijgt u antwoord. Naar de online deskundigen.