Eenzaamheid: Niet alleen, maar wel eenzaam
Annie Donker-Hermes (80) voelde zich erg eenzaam toen haar man 21 jaar geleden overleed. Inmiddels is ze er ‘een beetje’ aan gewend, zegt ze. ‘Ik ben gauw bang dat ik te veel ben. Dan voel je je misschien wel wat sneller eenzaam.’
Mevrouw Donker was 28 jaar getrouwd toen haar man overleed. Ze was zestig. ‘Het was een goeie, lieve man. Ik was gelukkig met hem,’ vertelt ze. De eerste jaren na zijn dood miste mevrouw Donker haar echtgenoot enorm. ‘Ik had heimwee en was veel ziek. Dat kwam gewoon van het gemis,’ denkt ze.
Uit het grote huis in het Drentse Vledder waar ze met haar man woonde, wilde ze het liefst meteen vertrekken. ‘Ik zag elke dag mensen langskomen die samen wandelden of fietsten. En ik was alleen. Daar kon ik in het begin helemaal niet tegen.’
Leuke aanspraak
Toen haar dochter was getrouwd, verhuisde ze naar een zelfstandige bejaardenwoning in het dorp, met buren aan weerszijden. ‘Een leuke woning, alles tiptop.’
Drie kinderen en vijf kleinkinderen heeft mevrouw Donker. Haar oudste zoon, kind uit een eerdere relatie, ziet ze door omstandigheden niet meer. Haar dochter woont in het nabijgelegen Giethoorn en komt vrijwel wekelijks op bezoek, vaak met haar man en de twee kleinkinderen. Haar jongste zoon, die in Zwolle woont, bezoekt zijn moeder elke veertien dagen. Tijdens de feestdagen wordt ze altijd bij de kinderen uitgenodigd. Van haar familie – zeven kinderen – is zij inmiddels de enig overgeblevene. Een paar vriendinnen, die haar één of twee keer per week bezoeken, heeft ze nog wel. En sinds een jaar of vier wonen er aardige leeftijdgenoten naast haar. Ze gaat wel eens een avondje bij ze op bezoek of andersom. ‘Daar heb ik leuke aanspraak aan. Ik mag altijd bellen als er iets is. En dat doe ik soms wel. Maar zij hebben ook hun eigen leven en je wilt er geen misbruik van maken,’ zegt mevrouw Donker bescheiden.
Vooral in de avonden en in de weekenden dat de kinderen niet komen, slaat de eenzaamheid toe. ‘De morgen ben je al gauw kwijt aan eten klaarmaken en een kopje koffi e drinken. Dan verveel ik me niet. En in de middag komt er wel eens iemand of ga ik een boodschap doen. Maar de avonden, daar vind ik niets aan. Soms lig ik al om acht uur op bed.’
Verschillend
Er zijn veel eenzame ouderen zoals mevrouw Donker. Van de ruim 2,6 miljoen 65-plussers voelt bijna 1 miljoen zich eenzaam, meer dan 100.000 van hen zelfs erg eenzaam. Eenzaamheid is een gevoel. Je kunt het van de buitenkant niet zien en de situaties van eenzame mensen verschillen nogal. De een voelt zich eenzaam met tientallen vrienden om zich heen. De ander is altijd alleen, maar heeft er nooit last van.
Eigenlijk zijn er twee soorten eenzaamheid: sociale en emotionele. Bij sociale eenzaamheid heb je het gevoel dat je te weinig sociale contacten hebt. Bij emotionele eenzaamheid heb je misschien wel genoeg contacten, maar mis je iemand met wie je intieme, persoonlijke dingen kunt delen. Dat kan een partner zijn, maar ook een goede vriend of vriendin.
Eenzaamheid, zo is wetenschappelijk bewezen, kan de gezondheid beïnvloeden. Het kan de bloeddruk verhogen, stress geven en je kunt er depressief van worden. Door eenzaamheid loopt een kwart van de 65-plussers extra risico op gezondheidsproblemen, opname in een tehuis of overlijden. Ouderen tussen de 60 en 75 jaar zijn niet eenzamer dan anderen, maar mensen boven de 75 wel. Dat komt deels door het overlijden van hun partner of naasten. Van alle 75-plussers in Nederland had 5 procent in 2009 geen familiecontacten en kreeg 13 procent zelden vrienden op bezoek. Een andere reden is een slechtere gezondheid. Daardoor zijn mensen minder mobiel en voor hun contacten vaker afhankelijk van anderen.
Schaamte
Hoewel één op de drie Nederlanders wel eens eenzaam is, schromen veel mensen om dat toe te geven. Dat merkt Tineke Koster, Ledenconsulent, in haar werk. Zij helpt leden om oplossingen te zoeken voor allerlei vragen en problemen op het gebied van wonen, zorg en welzijn. ‘Met een concrete vraag durven mensen wel te bellen.
“Hebben jullie iemand die met me mee kan naar het ziekenhuis?”, bijvoorbeeld. Maar er belt niet vaak iemand die zegt: “Ik ben eenzaam, wat kunt u voor me doen?” Ik vermoed dat veel mensen zich ervoor schamen. Dat is jammer en beslist niet nodig. Eenzaamheid is niet iets om je voor te schamen. Wat meespeelt, denk ik, is dat mensen naar hun kinderen vaak heel loyaal zijn. Ook als die niet of weinig op bezoek komen. Als je kinderen hebt, ben je niet eenzaam, mág je niet eenzaam zijn, vinden ze.’ De gêne om het erover te hebben maakt het voor Tineke lastiger om mensen goed te helpen, vindt ze. Hoe beter zij immers weet waar iemand mee zit en waar diegene behoefte aan heeft, des te beter zij de hulp daarop kan afstemmen.
Positief zijn
Want hoewel eenzaamheid een vervelend gevoel is, duurt het in de meeste gevallen niet eeuwig. En er valt iets tegen te doen. Heb je te weinig sociale contacten, dan kun je proberen je netwerk uit te breiden. Mis je een vertrouweling, dan kun je op zoek gaan naar iemand met wie je dat vertrouwen stapje voor stapje kunt opbouwen. Soms maken mensen zichzelf met hun gedachten eenzamer dan nodig is. Bijvoorbeeld als ze hun eigen situatie voortdurend vergelijken met die van vrolijke, gezonde mensen die het leuk hebben samen. Dan kan het helpen positiever te denken en juist een vergelijking te trekken met iemand die het slechter heeft. Een andere manier om de eenzaamheid te lijf te gaan, is afleiding zoeken. Door dingen te dóén, met of zonder hulp van anderen. Elk uurtje dat je de eenzaamheid niet voelt, is meegenomen en maakt de dag weer wat korter.
Niet vervelen
Tineke en de andere Ledenconsulenten van de Ledenvereniging kunnen mensen daarbij helpen. Ze kunnen contact leggen met de ouderenadviseur van een gemeente en ze geven tips over activiteiten in de buurt, over dagopvang, vervoer, hulp vanuit de kerken en van vrijwilligers. ‘Op zich is er heel veel mogelijk. Er wordt enorm veel aangeboden, meestal gratis. Je hoeft je niet te vervelen. Vraag ons er gewoon naar. Daar zijn we voor.’
Via de ouderenadviseur in haar gemeente is mevrouw Donker inmiddels bij de opvang in een Dievers verzorgingstehuis terechtgekomen. Ze gaat er één keer per week naartoe. ‘Ik moet er wel aan wennen,’ bekent ze. ‘Ik ken nog niemand en ik heb het gevoel dat ze me allemaal aanstaren. Ik ben niet zo’n prater, maar ik ga zorgen dat ik er een beetje tussen kom.’
Lees ook het verhaal van Chris Blom: 'Ineens heb je die weerklank niet meer. Dat is een heel gemis.'

