Artrose: Ellie maakt er wat van
Alles wat met bewegen te maken had, vond Ellie Brouwer (69) uit Barneveld altijd leuk. Zwemmen, atletiek, turnen, volleyballen; ze kon het goed. Accepteren dat ze minder valide was, vond ze misschien wel het moeilijkste aspect van artrose.
Ellie Brouwer was als kind al lenig. Haar armen, benen, rug ze kon alles verder buigen en strekken dan anderen. Rond haar veertigste werd ze aan haar voeten en daarna aan een vermeende ‘tenniselleboog’ geopereerd. Het bleek artrose te zijn. ‘Maar dat werd in die tijd niet onderkend. “Daar bent u veel te jong voor”, zeiden de artsen.’ Niet lang na een tweede operatie, die wél hielp, deed Ellie een opleiding voor schoonheidsspecialiste. Elf jaar lang runde ze haar eigen salon. ‘Tot het niet meer ging, omdat mijn handen niet meer wilden. Ik kreeg hernia-achtige klachten in mijn rug en zakte door mijn benen. Dat ik met de salon moest stoppen, was heftig. Ik vond het ontzettend leuk werk en hield van het contact met mensen.’
Kraakbeen
Bij Ellie zit de artrose in alle gewrichten en daarom heet die vorm ‘poly-artrose’. Bij de meeste mensen zit het in één of in enkele gewrichten. Artrose, een vorm van reuma, komt het meest voor in de nek, onderrug, knieën, heupen, duimen, vingers en grote tenen. In Nederland hebben ruim 1,2 miljoen mensen artrose. Ruim de helft van de mensen met deze reumatische klachten is tussen de 40 en 64 jaar en de ziekte komt ook bij jongeren voor. Artrose maakt dat het kraakbeen tussen de gewrichten langzaam dunner en zachter wordt. Dat kraakbeen is een beschermend kussentje. Verdwijnt het, dan gaan de botten tegen elkaar schuren en dat doet meestal pijn. Bij de één een beetje en maar af en toe, bij de ander hevig en bijna de hele tijd. Het bot probeert zelf de schade te herstellen door ‘dikker’ te worden. Daardoor ontstaan aan de randen van het bot aangroeisels die ook pijn kunnen veroorzaken. Soms ontsteekt een gewricht en vormt het vocht. Dan wordt het hele gewricht dik en stijf.
De oorzaak van artrose is niet precies bekend. Verschillende factoren spelen een rol: te zware belasting door veel sporten bijvoorbeeld, zoals Ellie altijd heeft gedaan. Maar ook overgewicht kan een oorzaak zijn, of een vroegere blessure of botbreuk. Erfelijke aanleg bestaat ook. Bij Ellie zitten reumatische aandoeningen in de familie. ‘Mijn moeder had het en mijn oudste dochter heeft het ook al.’
Stoerheid
Artrose is een chronische ziekte; het gaat niet meer over en de gevolgen worden geleidelijk erger. Dat accepteren is niet eenvoudig, weet Sjouk Buurman, specialistisch verpleegkundige op de reumapoli van twee ziekenhuizen. Het is een van de problemen waarmee ze haar cliënten probeert te helpen.
Ook voor Ellie was acceptatie van haar ziekte lastig. In 2001 – ‘een cruciaal jaar voor mij’, zegt ze – begon ze aan een multidisciplinaire therapie: een combinatie van therapieën door verschillende behandelaars, namelijk de fysiotherapeut, ergotherapeut, maatschappelijk werk en revalidatiearts. ‘Dat team is vooral bezig geweest om mij aan het verstand te peuteren dat mijn situatie niet meer beter zou worden. “Je bent invalide en zult alleen maar verder invalideren”, werd me gezegd. Dat klonk heel hard, maar het zette me wel aan het denken.’ Toen tijdens een fysiotherapieoefening haar benen niet meer wilden, ‘brak’ ze. ‘“Zo”, zei de therapeut, “nu is het masker van stoerheid gevallen.” En daar had hij gelijk in. Ik wilde geen zwakheid tonen, vond dat ik alles nog moest kunnen en maakte het voor mezelf daardoor moeilijker dan het was.’ Een half jaar en een flink gevecht met allerlei instanties later kreeg Ellie de aanpassingen die ze nodig had; van ‘trippelstoel’ tot scootmobiel. Maar ze was er nog niet helemaal. ‘Ik had totaal geen vechtlust meer, was geestelijk óp, zat bij alles te huilen. Met behulp van een psycholoog ben ik gaan inzien dat ik weliswaar beperkingen heb, maar dat ik er nog wel gewoon bén. En mág zijn. Ik kreeg mijn zelfvertrouwen terug.’
Blijven bewegen
Er is (nog) geen geneesmiddel tegen artrose, maar er is veel tegen te doen. Met paracetamol, ontstekingsremmers of smeermiddelen zoals Voltarén zijn de pijn en zwelling van gewrichten te bestrijden. Een ergotherapeut kan leren om beter te zitten, staan, tillen of bukken. Deze deskundige heeft ook tips voor kleine aanpassingen in huis en voor het gebruik van hulpmiddelen. Zo heeft Ellie aparte scharen waarmee ze 3D-kaarten, haar nieuwe hobby, gemakkelijker kan knippen.
Bij overgewicht – een verergerende factor bij artrose – is het zaak om af te vallen. Op een verantwoorde manier, dus niet door te weinig of te eenzijdig te gaan eten. Daarover kan een diëtiste adviseren. De fysiotherapeut geeft advies over een goede lichaamshouding en helpt bij het trainen van de spieren en de conditie. Want beweging is de belangrijkste bondgenoot in het bestrijden van de vervelende gevolgen van artrose, zegt reumaverpleegkundige Sjouk. ‘Mensen met artrose hebben de neiging minder te bewegen, omdat dat pijn doet. Maar dan worden je gewrichten stijver, kan de artrose erger worden en krijg je juist meer pijn.’ Ellie kan dat beamen. ‘Rust roest. Als ik een poosje heb gezeten, ben ik zo stijf als een plank.’
Daarom is blijven bewegen – wandelen, fietsen, zwemmen – heel belangrijk, zegt Sjouk. ‘Want dat zorgt voor goede doorbloeding van het weefsel. Maar wel zó bewegen dat je je niet óverbelast. Het is de kunst om die gulden middenweg te vinden.’ Ontspanning is zeker zo belangrijk, blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek. Sjouk: ‘Ontspannen zorgt voor maar liefst 40 procent betere doorbloeding. Veel mensen vinden dat moeilijk, maar het is te leren. Ontspannen is iets waar je bewust bij stil moet staan. Dus pauzes nemen. Niet vijf minuten, maar een half uur. En niet pas als al het werk gedaan is, zoals veel mensen doen, maar tussendoor. Met artrose moet je leren doseren, je energie verdelen. Dat is lastig, maar het helpt wel.’ Wat ook helpt, is humor, weet Ellie. ‘Door mijn ziekte maak ik soms vreemde, ongecontroleerde bewegingen. “Effe dansen”, zeg ik dan. Ondanks alle ellende kunnen mijn man en ik daar dan hartelijk om lachen. We hebben gelukkig nog erg veel lol samen. Vroeger hield ik de schijn op, maar nu denk ik: we maken ervan wat ervan te maken valt.’
Lees ook het verhaal van Anne van der Waall uit Zaandam: 'Anne kan weer uit de voeten'.
Lees ook het verhaal van Dini Doorn uit Meppel: 'Wél pauzeren, niet stilzitten'.

