Artrose: Anne kan weer uit de voeten

Anne van der Waall kan ondanks zijn artrose weer uit de voetenTijdens het wandelen moest Anne van der Waall (72) uit Zaandam steeds vaker even gaan zitten. Zijn rechtervoet wilde niet meer en deed pijn. ‘Ik duikelde nogal eens voorover. Had ik mijn voet weer verkeerd neergezet.’ Vorig jaar werd duidelijk wat de oorzaak was: artrose.





Anne van der Waall werkte jarenlang in ploegendienst bij de zetmeelfabriek van Honig in Koog aan de Zaan. Als operator bediende hij machines en liep veel heen en weer, trap op trap af. Hij was geen fanatiek sporter, maar hij mocht graag fi etsen of wandelen met vrienden. Nog steeds. ‘Dan gaan we met de trein ergens naartoe. Onze tienertoer noemen we dat.’

Niet lang nadat hij met pensioen was gegaan, begonnen de klachten. ‘Je denkt: straks gaan we, mijn vrouw en ik, allemaal leuke dingen doen. Maar dat viel een beetje tegen.’ Niet dat Anne zich meteen bij het eerste pijntje uit het veld liet slaan. Integendeel. ‘Ik ging wel gewoon mee met wandelen, maar ik moest vaker tussendoor zitten en ik kon ook niet meer zo snel. Nu heb ik een wandelstok en steunkousen en gaat het prima. Ik fiets ook; op een speciale fi ets met lage instap.’

Bij Anne was niet meteen duidelijk dat hij artrose had. ‘Eerst dacht de dokter aan reumatoïde artritis, maar toen de medicijnen niet hielpen, zijn er foto’s gemaakt. Daaruit bleek dat het artrose was. Ik wist eerst niet wat dat betekende, maar na een gesprek met de dokter begon het me te dagen.’

Kussentje
In Nederland hebben 1,2 miljoen mensen artrose. Artrose wordt nog wel eens verward met reuma, maar reuma is de overkoepelende naam. Artrose is een van de drie vormen; het betekent dat het kraakbeen tussen de gewrichten langzaam dunner en zachter wordt. Dat kraakbeen vormt als het ware een beschermend kussentje tussen de gewrichten. Verdwijnt het, dan gaan de botten tegen elkaar schuren en dat doet meestal pijn. Bij de één een beetje en af en toe, bij de ander hevig en vrijwel constant.

Door dikker te worden probeert het bot de schade te herstellen, waardoor aan de rand van het bot aangroeisels komen. Ook die kunnen pijn geven. En soms ontsteekt het gewricht en vormt zich vocht. Dan wordt het dik en stijf. Bij de meeste patiënten zit artrose, net als bij Anne, op één plek. Het kan ook in alle gewrichten zitten. Artrose komt het vaakst voor in de nek, onderrug, knieën, heupen, duimen, vingers en grote tenen. Ruim de helft van de mensen met reumatische klachten is tussen de 40 en 64 jaar, maar de ziekte komt ook bij jongeren voor. De oorzaak van artrose is niet precies bekend. Verschillende factoren spelen een rol; te zware belasting door veel sporten bijvoorbeeld. Overgewicht kan een oorzaak zijn, of een vroegere blessure of botbreuk. Erfelijke aanleg bestaat ook.

Eisen bijstellen
Artrose gaat niet over en de gevolgen worden geleidelijk erger. Het is lastig dat onder ogen te zien, zegt Jasmijn Dijkstra, fysiotherapeute in verpleeghuis Evean Oostergouw in Zaandam. ‘Ook al omdat je omgeving vaak niets aan je merkt en dus denkt dat je alles kan. Maar jij bent de enige die ’s avonds de pijn voelt, dus het heeft geen zin je groot te houden.’

Acceptatie is een van de aspecten die aan bod komen in een speciaal, twaalf weken durend programma dat Evean ontwikkelde voor mensen met artrose aan de heup of knie. In het programma wordt ook gezocht naar manieren om zo goed mogelijk met de ziekte en de gevolgen ervan om te gaan. Jasmijn: ‘Hoe ziet je leven eruit? Wat vind je belangrijk: je kinderen uit school kunnen halen of je werk blijven doen? We kijken vooral naar: wat kun je nog wél? Het betekent soms dat je dingen moet loslaten, je eisen moet bijstellen, werkzaamheden spreiden en pauzes inlassen. Een nieuwe balans vinden tussen de dingen die moeten en de dingen waar je energie van krijgt.’

Blijven bewegen
Er is (nog) geen geneesmiddel tegen artrose, maar je kunt er veel tegen doen. Met paracetamol, ontstekingsremmers of smeermiddelen als Voltarén zijn de pijn en zwelling van het gewricht te bestrijden. De reumaverpleegkundige kan patiënten adviseren en begeleiden bij het omgaan met de ziekte. Een ergotherapeut kan je leren om beter te zitten, staan, tillen of bukken. Deze deskundige kan ook adviseren over kleine aanpassingen in huis en over hulpmiddelen.

Bij overgewicht – een verergerende factor bij artrose – is afvallen gewenst. Op een verantwoorde manier, dus niet door te weinig of te eenzijdig te gaan eten. Daarover kan bijvoorbeeld een diëtiste adviseren. Anne moest ook afvallen, vertelt hij. ‘Ik ben 1 meter 75 en woog 107 kilo. Nu 84. Van de diëtiste moet ik naar 75, maar ik vind 80 mooi genoeg. Erg moeilijk vind ik het niet. Ik was nooit een snoeper, maar van de warme maaltijden die ik at, konden wel zes personen eten, zei mijn vrouw altijd. Nu kijk ik een beetje uit met wat ik eet.’

Anne gaat twee keer per week naar de fysiotherapeut en doet thuis oefeningen. Beweging is de belangrijkste bondgenoot in het bestrijden van de gevolgen van artrose. Fysiotherapeute Jasmijn: ‘Om de gewrichten soepel te houden, is het heel belangrijk om te bewegen. Daar besteden we in ons programma ook veel aandacht aan. We kijken welke manier van bewegen bij iemand past en stellen een individueel trainingsprogramma op.’ Bewegen móet. Maar wel met mate, voegt ze er aan toe. ‘Het is lastig, want bewegen doet pijn. Mensen ervaren dat als een signaal om juist niets te doen, maar dat is ook niet goed. Je moet bewegen, ondanks de pijn, maar niet zo dat je overbelast raakt. Als de pijn na een half uur is weggeëbd, is het oké. Duurt het langer, dagen, dan ga je te ver.’ Anne vindt dat er goed met artrose te leven is. ‘Ik probeer zoveel mogelijk te doen. Dit voorjaar ga ik met mijn twee zoons naar Indonesië om ze te laten zien waar mijn roots liggen. We kijken wel hoe het gaat. Misschien moet ik mijn tempo wat aanpassen, maar het zal wel lukken. Ik ga niet bij de pakken neerzitten.’

Lees ook het verhaal van Dini Doorn uit Meppel: 'Wél pauzeren, niet stilzitten'.
Lees ook het verhaal van Ellie Brouwer uit Barneveld: 'Ellie maakt er wat van'.

 
"Hoeveel kinderen hebben we? Drie of vier?"