Afsluiting van een tak van de arteria centralis retinae (arterietakocclusie)
Inleiding
De arteria centralis retinae voorziet het netvlies van bloed. Wanneer deze slagader verstopt raakt, is er sprake van een arteriestamocclusie. Wordt één van de takken afgesloten dan wordt dat een arterietakocclusie genoemd. Het gedeelte van het netvlies dat door deze slagadertak van bloed werd voorzien, krijgt nu geen bloed meer aangevoerd. Als de bloedcirculatie niet binnen enkele uren weer op gang komt, zal er onherstelbare schade in dit deel van het netvlies ontstaan. Met als gevolg het verlies van een deel van het gezichtsveld.
Oorzaak
Meestal wordt een acute afsluiting van een tak van de hoofdslagader van het netvlies veroorzaakt door een klein propje afkomstig uit andere bloedvaten of uit het hart. De zintuigcellen en zenuwcellen die in het netvlies aanwezig zijn, hebben doorlopend zuurstof en voedingsstoffen nodig, die via het bloed worden aangevoerd. Bij onderbreking van de bloedcirculatie ontstaat onherstelbare schade in dat deel van het netvlies dat door de slagadertak van bloed wordt voorzien. Soms treedt er ook een arteriële stamocclusie op zonder dat er sprake is van een bloedpropje. Dit wordt dan meestal veroorzaakt door problemen in de vaatwand van de hoofdslagader van het netvlies of door afwijkingen in de samenstelling van het bloed.
Afsluiting door een bloedpropje
Bloedpropjes (of embolen) die een arteriële stamocclusie veroorzaken, kunnen vanuit het hart, de halsslagaders of elders uit het lichaam komen. De samenstelling van het bloedpropje verschilt:
- Bloedpropjes uit het hart
- kalkpropjes afkomstig van kalkplekken in de hartkleppen
- ‘bacteriepropjes’ bij een ontsteking van de binnenwand van het hart (bacteriële endocarditis)
- bloedpropjes na een myocardinfarct of bij uitpuiling (prolaps) van de (mitralis) hartklep
- slijmweefselgezwel (myxomateus weefsel) bij een goedaardige tumor (myxoma) in de voorkamer van het hart (zeer zeldzaam)
- Bloedpropjes uit de halsslagaders
- cholesterolpropjes (bij atherosclerose)
- bloedplaatjes-fibrinepropjes (bij atherosclerose)
- kalkpropjes (bij atherosclerose)
- Bloedpropjes uit de 'algemene' bloedcirculatie
- vetpropjes (bij grote beenderbreuken kunnen vetdeeltjes uit het beenmerg in de bloedbaan terechtkomen)
- talkpropjes: bij druggebruikers die ‘spuiten’ kunnen stukjes talk in de bloedbaan terechtkomen
Afsluiting door een probleem met het bloed of de vaatwanden
Voorbeelden van problemen met het bloed of de vaatwanden die kunnen leiden tot een afsluiting van de arteria centralis retinae zijn:
- Vernauwing van de vaatwand
De wand van de arteria centralis retinae kan vernauwd zijn door atherosclerose. Deze aandoening ontstaat door hoge bloeddruk (hypertensie), diabetes, roken, een hoog cholesterolgehalte of erfelijke aanleg. - Een ontsteking van de vaatwand van de hoofdslagader
Dit komt wel voor bij jonge mensen met als lupus (een ernstige huidziekte), de ziekte van Behçet of polyarteritis nodosa. Bij oudere mensen kan ook arteritis temporalis een ontstekingsreactie in de hoofdslagader van het oog veroorzaken. - Afwijkingen in de samenstelling van het bloed
Bij bloedstollingafwijkingen en aandoeningen die gepaard gaan met teveel ingedikt of viskeus bloed kunnen plaatselijk bloedklonters ontstaan. Voorbeelden van dergelijke aandoeningen zijn het antiphospholipidensyndroom, proteïne C en S-tekort, sikkelcelziekte en polycythaemia vera. - Retinale migraine (zeer zeldzaam)
Verschijnselen
Bij een afsluiting van een slagadertak (arteriële takocclusie) ontstaat meestal een plotselinge uitval van een deel van het beeld. De grootte en de ligging van het weggevallen stuk beeld, hangt af van de slagadertak die getroffen werd.
Verzorgde de slagadertak een gedeelte van de gele vlek van het netvlies dan ontstaat een uitval van het centrale gezichtsveld. Op de plek waar de patiënt de blik op richt, wordt dan een wazige, doffe of donkere vlek gezien. Bovendien ‘reist’ de vlek voortdurend mee, zodat het niet mogelijk is om ernaast te kijken. Bij het zien van mensen vallen stukken van gezichten weg, waardoor de patient hen niet zal herkennen.
Verzorgde de slagadertak een gedeelte van het perifere netvlies (het gehele netvlies met uitzondering van de gele vlek) dan ontstaat een uitval in het perifere gezichtsveld. De mate van uitval correspondeert met de grootte van het gebied dat door de slagadertak werd verzorgd.
Soms wordt de blijvende slechtziendheid voorafgegaan door aanvallen van slecht of wazig zien. Deze aanvallen kunnen enkele minuten tot enkele uren duren, waarna het gezichtsvermogen weer herstelt. Roodheid, irritatie of pijn in de ogen komen niet voor bij een arteriële takocclusie. Aan de buitenkant van het oog is er dus niets bijzonders te zien.
Diagnose
Een arteriële takocclusie wordt door de oogarts vastgesteld. Daarna voert ook de internist een aantal onderzoeken uit.
Onderzoek door de oogarts:
- Onderzoek van de gezichtsscherpte op afstand (visus meten)
Als een centrale slagadertak die normaal de gele vlek (macula) van bloed moet voorzien verstopt raakt, ontstaat een blinde vlek in het centrale deel van het beeld. Het gezichtsvermogen kan daardoor zeer laag zijn. - Onderzoek van de pupilreflexen van het oog
Meestal reageert de pupil niet meer op licht dat in het aangetaste oog wordt geschenen. - Oogfundusonderzoek (oogspiegelonderzoek)
Hierdoor kan de oogarts, na het verwijden van de pupil met oogdruppels, het netvlies bekijken. Soms zijn er propjes zichtbaar en is te zien hoe de bloedcirculatie van het netvlies stagneert. Als dit het geval is, zal het aangetaste netvlies na een paar uur bleek worden en opzwellen (ischemisch oedeem) door zuurstofgebrek. Vervolgens zal de rode kleur van het onderliggende vaatvlies niet meer doorschemeren. - Aanvullend oogonderzoek is meestal niet nodig om de diagnose arteriële takocclusie te stellen. In twijfelgevallen kan de oogarts een fluorescentie-angiogram aanvragen om de diagnose te bevestigen of om meer informatie te verkrijgen.
Naar de internist
Het is altijd van belang om de onderliggende oorzaak van arteriële takocclusie te laten opsporen door een internist. Een onderzoek van hart en bloedvaten is hierbij belangrijk. Dat kan meestal gebeuren door niet-invasief onderzoek, bijvoorbeeld door het maken van een echocardiogram van het hart en Doppler-echografie van de halsvaten. Met name bij jonge mensen moet een systeemziekte uitgesloten worden.
Bij ouderen wordt meestal een eenvoudig bloedonderzoek (CRP en bloedbezinking) uitgevoerd om een arteritis temporalis uit te sluiten als oorzaak van de afsluiting.
Behandeling
Wordt de diagnose zeer snel gesteld (meestal lukt dat niet) dan kan worden geprobeerd om de bloedcirculatie in het netvlies opnieuw op gang te brengen.
Enkele methoden hiervoor zijn:
- Oogmassage: door gedurende 5 tot 15 seconden op het oog te drukken en weer los te laten, kan het propje dat de hoofdslagader verstopt soms vrijkomen en kan de bloedcirculatie weer op gang komen.
- Oogdruk verlagen: methoden om de oogdruk tijdelijk sterk te verlagen in een poging om de bloedcirculatie te bevorderen, bijvoorbeeld door medicijnen zoals Diamox of door met een fijne naald een druppeltje oogvocht uit het oog te halen.
- Bloedverdunnende medicijnen: deze worden meestal met een infuus rechtstreeks in de bloedbaan gebracht.
Helaas treedt door de bovengenoemde behandelingen bij de meeste patiënten geen verbetering van het gezichtsvermogen op, of is de verbetering zeer gering.
Wanneer de oorzaak bekend is van de afsluiting van de slagadertak, wordt deze zo mogelijk behandeld. Bij verdenking van arteritis temporalis, wordt met een zogenaamde cortisonebehandeling gestart om aantasting van het andere oog te voorkomen. Na een vaatafsluiting in het oog schrijft de oogarts een lichte bloedverdunner voor, zoals een lage dosis aspirine. Zo wordt de bloedcirculatie in het hele lichaam verbeterd en de kans op een nieuwe vaatafsluiting in het oog of elders minder.
Prognose
In uitzonderlijke gevallen kan het gezichtsvermogen in de loop van de volgende dagen weer verbeteren als de bloedcirculatie weer op gang komt, maar In de meeste gevallen is de slechtziendheid blijvend door ernstig zuurstofgebrek in het netvlies. Maar de situatie kan nog verder ontaarden. Er kan na enkele weken of maanden een wildgroei van nieuwe bloedvaatjes ontstaan. Op deze manier probeert het lichaam het getroffen deel van het netvlies toch weer van bloed te gaan voorzien. De bloedvaatjes zijn echter disfunctioneel en bloeden snel. Daarnaast kunnen ze het netvlies van zijn plaats trekken. Om de wildgroei van bloedvaatjes te onderdrukken, kan een laserbehandeling nodig zijn.
Meer informatie
Informatie van het Oogcentrum Deventer
www.oogartsen.nl
Informatie van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
www.oogheelkunde.org
James B, Chew C, Bron A. Zakboek oogheelkunde derde druk. Elsevier Gezondheidszorg. Maarssen 2004.

