Dementie
- Inleiding
- Verschijnselen van dementie
- Geheugenverlies
- Façade ophouden/geheugenverlies verbloemen
- Problemen met plannen maken/doelgericht handelen
- Desoriëntatie in tijd, plaats en persoon
- Taalproblemen (afasie)
- Problemen met handelingen in het dagelijkse leven (apraxie)
- Problemen met het herkennen (agnosie)
- Gedragsveranderingen
- Persoonlijkheidsveranderingen
- Stemmingsveranderingen
- Decorumverlies
- Lichamelijke veranderingen
- Meer informatie
Inleiding
Dementie is een verzamelnaam voor de verschijnselen die zich voordoen bij een aantal hersenaandoeningen, waarvan de ziekte van Alzheimer de belangrijkste is. Het gaat om verschijnselen als geheugenverlies, gedragsveranderingen en oriënteringsproblemen. Dementie komt voornamelijk voor op oudere leeftijd, maar kan ook op jongere leeftijd voorkomen. Lang niet iedereen krijgt dementie bij het ouder worden.
Verschijnselen van dementie
Meestal gaan de hersenfuncties bij iemand met dementie gestaag achteruit. Door de problemen met het geheugen en het gedrag wordt het dagelijkse functioneren steeds moeilijker. De achteruitgang verloopt meestal geleidelijk. Er kunnen echter perioden zijn waarin de achteruitgang sneller gaat. Ook kunnen de verschijnselen van dag tot dag verschillen.
De volgende verschijnselen komen bij dementie voor:
Geheugenverlies
Eén van de eerste symptomen van dementie is moeite hebben zich dingen te herinneren die kortgeleden zijn gebeurd, zoals het laatste nieuws, wie er op visite is geweest, wat men heeft gegeten of waar men iets heeft opgeborgen (stoornis kortetermijngeheugen). Daarnaast gaat het vermogen om nieuwe informatie op te nemen achteruit. Herinneringen van langer geleden blijven langer aanwezig. Iemand met dementie kan zich niet meer herinneren wat hij net heeft gedaan, maar nog wel veel vertellen over gebeurtenissen in zijn jeugd. Na verloop van tijd verdwijnt echter ook het geheugen van langer geleden (stoornis langetermijngeheugen).
Façade ophouden/geheugenverlies verbloemen
Iemand met dementie kan zijn ziekte soms nog lange tijd verborgen houden voor buitenstaanders. Hij merkt dat zijn geheugen achteruit gaat, maar wil niet laten zien dat er iets aan de hand is. Hij probeert de gaten in zijn geheugen op te vullen door dingen erbij te verzinnen. Hij camoufleert zijn achteruitgang bijvoorbeeld door opmerkingen als 'natuurlijk weet ik dat'. Ook kan hij iemand anders beschuldigen of een ontwijkend antwoord geven. Vaak valt het geheugenverlies pas echt op als er een crisismoment is, bijvoorbeeld als de echtgeno(o)t(e) ziek wordt.
Problemen met plannen maken/doelgericht handelen
Iemand met dementie heeft problemen met complexe situaties. Het beoordelen en inschatten van situaties gaat steeds moeilijker. Het lukt niet meer te overzien wat er gebeurt. Zo kan autorijden erg gevaarlijk worden. De gedachten ordenen is niet goed meer mogelijk. Het wordt te ingewikkeld voor hem. Zo wordt omgaan met geld bijvoorbeeld erg moeilijk.
Desoriëntatie in tijd, plaats en persoon
Het besef van tijd verdwijnt. Iemand met dementie weet vaak niet meer hoe laat het is en welke dag het is. Hij weet niet meer of het nu dag of nacht is. Tevens wordt de plaats waar hij is of waar hij woont, niet meer herkend en dit kan aanleiding geven tot dwalen. Ook herkent hij mensen niet meer die hij vroeger wel kende. Hij weet niet meer wie wie is. Na verloop van tijd herkent hij zelfs de eigen familieleden niet meer.
Taalproblemen (afasie)
Mensen met dementie merken vaak dat hun vermogen tot communiceren achteruitgaat. In het begin is het moeilijk om op bepaalde woorden te komen. Geleidelijk aan wordt de woordenschat steeds kleiner en zinnen worden onsamenhangend. Ook het begrijpen van taal wordt steeds moeilijker. Het wordt voor anderen een hele opgave om met iemand met dementie te communiceren. Uiteindelijk spreekt iemand alleen nog wartaal of vervalt in stilzwijgen. Het kan erg beangstigend zijn, als iemand merkt dat hij zijn gevoelens of behoeften niet meer kenbaar kan maken.
Problemen met handelingen in het dagelijkse leven (apraxie)
Het uitvoeren van bepaalde handelingen wordt steeds moeilijker. Allerlei dagelijkse verrichtingen worden niet meer uitgevoerd of verkeerd gedaan. Iemand weet niet meer hoe hij zich aan moet kleden en trekt bijvoorbeeld de onderbroek over de pantalon aan. Ook dingen als eten, knoopjes dichtmaken en zichzelf wassen worden problematisch.
Problemen met het herkennen (agnosie)
Mensen met dementie hebben vaak moeite met het herkennen van voorwerpen, geluiden of beelden. Iemand kan mogelijk wel goed zien, horen, ruiken, enzovoort, maar herkent het waargenomene niet meer. Hij herkent bijvoorbeeld een schaar niet meer als een schaar en zal er dus ook niet mee gaan knippen. Hij hoort de telefoon wel gaan, maar herkent dit niet als zodanig en neemt dus ook de hoorn niet op.
Gedragsveranderingen
De manier waarop iemand met dementie praat of zich gedraagt, kan veranderen en vreemd of ongebruikelijk overkomen. Iemand met dementie kan rusteloos zijn en steeds iets willen doen. Hij loopt steeds met spullen te sjouwen, loopt heen en weer te ijsberen en kan gaan dwalen. Soms wordt alles wat los en vast zit verzameld (verzamelwoede). De onrust kan ook 's nachts optreden. Er is dan sprake van een omgekeerd dag-nachtritme. Dit kan ertoe leiden dat de verzorger onvoldoende rust krijgt. Ook kunnen achterdocht en wanen optreden. Soms kan iemand met dementie dingen zien of horen die er niet zijn (hallucinaties). Dit kan erg beangstigend zijn. Ook agressie, woede en angst komen voor.
Persoonlijkheidsveranderingen
Er verandert veel als iemand dementie krijgt. Hij of zij is niet meer dezelfde persoon als voorheen. Het kan zijn dat karaktereigenschappen die al aanwezig waren, sterker tot uiting komen. Maar in andere gevallen treden er ook echte veranderingen op: iemand die voorheen een rustig, timide persoon was, kan agressief worden.
Stemmingsveranderingen
Vooral in de beginfase kan iemand met dementie depressief zijn. Vooral als er nog besef is van de achteruitgang van het geheugen kan het moeilijk zijn dit te accepteren en te verwerken. Ook in het verdere verloop kunnen stemmingswisselingen optreden. Iemand kan snel gemotioneerd raken en huilen, maar kan ook zo weer lachen.
Decorumverlies
Bij iemand met dementie kan het besef van fatsoen wegvallen. Hij weet niet meer hoe het hoort. Hierdoor kunnen vervelende situaties ontstaan, die erg pijnlijk zijn voor de familie. De interesse in hoe men eruit ziet vermindert. De persoon gaat zich hierdoor slechter verzorgen en kan ongeschoren en in vieze kleren rond gaan lopen. Het gevoel van schaamte is er niet meer, waardoor iemand met dementie zich in gezelschap kan gaan ontkleden. Hij kan gaan vloeken, boeren en winden laten. Tevens kan er seksuele ontremming optreden.
Lichamelijke veranderingen
Ook het lichamelijk functioneren gaat op een gegeven moment achteruit. Het lopen wordt onhandig en houterig. Men valt en stoot zich vaker. De spieren en gewrichten kunnen stijf worden. Na verloop van tijd komt iemand met dementie dan ook meestal in een rolstoel terecht of wordt bedlegerig.
Er kan verder sprake zijn van onder andere incontinentie, vermagering, slikproblemen, speekselvloed, en trekkingen in de ledematen. Medicijnen (tegen bijvoorbeeld onrust of slapeloosheid) kunnen bij deze problemen een rol spelen. Decubitus (een aandoening van de huid als gevolg van 'doorliggen') kan ontstaan als iemand bedlegerig wordt.
Meer informatie
Informatie van Alzheimer Nederland, de organisatie voor mensen met dementie en hun familie.
www.alzheimer-nederland.nl
Jessie van Loon, 2006, Pearson Education Benelux. Een boek over het omgaan met dementie.

